Home | Contact | Links       
Antonie Pannekoek Archives

Pressedienst

Bron: a.a.a.p.


Werklozenbeweging en klassenstrijd


Bron:  Werklozenbeweging en klassenstrijd / Groep van Internationale Communisten, [ca. 1930], 6 p. – Bron origineel en transcriptie: Antonie Pannekoek Archives.


Groepen van Internationale Communisten (Holland), secretariaat: H. Canne Meijer, Transvaalstraat 125, Amsterdam (Oost).


Doelstelling

De ontwikkeling van het kapitalisme voert tot steeds heviger crises, welke in steeds groter werkloosheid en telkens diepere ontwrichting van het productieapparaat hun uitdrukking vinden, waardoor miljoenen arbeiders buiten de productie staan en aan de uithongering zijn prijsgegeven. De thans op de voorgrond tredende rationalisatie van het bedrijfsleven versnelt het tempo van deze ontwikkeling.

De toenemende verarming en de steeds groeiende onzekerheid van bestaan dwingen de arbeidersklasse de strijd voor de communistische productiewijze aan te binden. De groepen van Internationale Communisten wekken de arbeiders in deze strijd op, het beheer en de leiding van productie en distributie volgens algemeen geldende, maatschappelijke regels zelf ter hand te nemen, om zo de associatie van vrije en gelijke producenten te verwezenlijken.

De groepen van Internationale Communisten zien de wezenlijke vooruitgang van de arbeidersbeweging in de ontwikkeling van het zelfbewustzijn van de arbeiders. Daarom plaatsen ze zich tegen over de leiderspolitiek van de parlementaire partijen en van de vakbeweging en stellen de leuze:
Alle macht aan de arbeidersraden!
De productie in handen van de bedrijfsorganisaties!


Werklozenbeweging en klassenstrijd

In de crises treedt de onhoudbaarheid van het kapitalisme het scherpst en het klaarst te voorschijn. In de massawerkloosheid komt de ondraaglijkheid van het kapitalisme voor de arbeidersklasse het meest tot uiting. Zo ooit dan moet in zulk een tijd revolutionaire propaganda en actie optreden. Hierbij doen zich echter dadelijk moeilijkheden voor, gelegen in de tweeslachtige positie van het kapitalisme en van de arbeiders daarin. In tijden van crisis worden de ogen geopend, de verbittering groeit, de onverschillige tevredenheid verdwijnt; inzicht in de noodzakelijkheid van revolutionaire strijd, en bereidheid tot handelen, tot strijden zullen beide toenemen. Maar tegelijk is de grote kracht van de arbeiders, die ligt in hun onmisbaarheid in de productie en hun directe vat op de productie, dan het meest verzwakt en verdwenen. Terwijl de strijdgeest groeit, wordt het belangrijkste strijdwapen stomp. Praktisch vertoont zich dat in de scheiding tussen werklozen en werkenden; de laatsten kunnen er niet aan denken voor een of andere eis te staken, mogen zij door loonvermindering zelf ook verbitterd zijn. Dit beperkt het gebied van actie hoofdzakelijk tot de demonstratie. De winst komt hoofdzakelijk naderhand, bij de eerste vleug van nieuwe opleving, als het nieuwe inzicht en de gebleven verbittering een kans zien voor krachtige stakings- en andere acties.

Zo ongeveer ging het ook bij de laatste grote en lange crisis, nu veertig jaren geleden. Ongeveer van 1875 tot 1895 duurde de aanhoudende depressie, telkens met zwakke oplevingen afwisselend. Zij brachten in de tweede helft de grote werklozenbewegingen in Engeland, de kiesrechtbeweging in België, de strijd tegen de socialistenwet in Duitsland, de oude beweging onder Nieuwenhuis hier; de politieke overwinningen en winsten. die de arbeiders toen veroverden, kortweg als democratisering aan te duiden, vormden de basis voor de groei van het reformisme in de toen in 1895 beginnende hoogconjunctuur.

Van het verloop van de economische crisis zal afhangen, wat er voor de arbeidersklasse uit groeien kan. Wij weten niet, hoe het toekomstig verloop van de economische conjunctuur zal zijn. Sommigen verwachten dat dit het begin is van een lange en blijvende depressie; het is echter niet uitgesloten, dat na enigen tijd een nieuwe opleving komt. De bourgeoisie begint met eerst de ernst van de werkloosheidscrisis te ontkennen, en zich er met een minimum van uitkering van af te maken. Wordt de crisis scherper, langduriger, dan komen de leden van de vakverenigingen, die in het begin door hun ondersteuning de druk nog niet zo sterk voelen, het leger vergroten; nemen de demonstraties dan in kracht toe, dan tracht de bourgeoisie enerzijds ze door vreesaanjaging, met geweld te onderdrukken, anderzijds door betere organisatie van hulp de innerlijke drijfkracht van de beweging te verzwakken. Hoeveel zij doet, in ene en in andere richting, hangt van de grootte van haar vrees af.

Groeit echter de werkloosheidsellende in diepte en langdurigheid boven een zekere maat uit, dan treedt er een omslag in kwaliteit op, waardoor niet meer geldt, wat hierboven in het begin gezegd werd. Misschien kan dan een poging tot gewelddadige onderdrukking van boven de stoot geven, misschien ook zal de massale groei van de beweging dit bewerken, dat de gisting zich tot de werkenden uitbreidt, dat de aarzeling wegvalt, dat de verbittering het van de vrees voor erger wint, dat de omvang van de massa’s hun zelfvertrouwen wekt, en dat zo de gehele arbeidersklasse in beweging komt. Men kan hierbij niet geheel op een vergelijking met vroegere crises afgaan. In de tachtiger jaren waren in Duitsland en België misschien een 30% van de bevolking loonarbeiders; nu zullen ze in Duitsland en Engeland 60 tot 70% uitmaken. Gaat door zulk een talrijke klasse een langdurige en scherpe crisis, dan trekt zij zo grote percentages van de bevolking in haar catastrofe als nooit te voren. De acties van deze massa’s hebben het karakter van elementaire natuurkrachten, die niet naar een vooraf bepaald programma te leiden zijn; zij vallen ook buiten het kader van de eigenlijke werklozenbewegingen. In een land als Duitsland, waar de eerbied voor legaliteit het meest verdwenen is, zullen zij het lichtst het karakter van burgeroorlog aannemen.

De communisten hebben in een werklozenbeweging steeds de nadruk er op te leggen, dat niet de slechte bourgeoisie maar het kapitalisme de oorzaak is van de crisis. Dus dat de enige uitredding de vernietiging van het kapitalistisch stelsel is. De werklozen kunnen de bourgeoisie aansprakelijk stellen en van haar ondersteuning eisen, omdat de bourgeoisie dit stelsel verdedigt en in stand houdt. Een factor in de ondergang van het kapitalisme zal de crisis slechts zijn, als en voor zover zij klaarheid hierover en bereidheid hiertoe brengt. Revolutionaire propaganda, die het inzicht van de arbeiders verheldert en hun de ontwikkeling en de toekomst, de klassenstrijd en zijn strijdmiddelen en methoden toont, is het allermeest noodzakelijk. Dit is niet in strijd met het ogenblikkelijk belang van de werklozen, die in de eerste plaats voor het moment hulp zoeken. Want het is zeker, dat de vrees van de bourgeoisie – waarvan direct de mate van haar ondersteuning afhangt – in rechte reden staat tot (*) de innerlijke revolutionaire kracht van de beweging. De bourgeoisie heeft daarvoor meestal een zeer juist gevoel; voor grote schetterende frases gaat ze niet op de loop; tegen uitbarstingen van geweld beschikt zij over het veel sterkere geweld; tegen het dreigende van een sterke revolutionaire gezindheid heeft zij geen ander middel dan deze door concessies trachten te verlammen. Revolutionaire propaganda richt het oog op de toekomst en het grote doel; maar zij is ook het beste voor de ogenblikkelijke belangen van de arbeiders.

De C.P.H. en de werklozen!

Ook de c.p.h. (**) van de Derde Internationale wijst op het kapitalisme als oorzaak en zegt dit te willen opheffen. Het diepgaande verschil van haar opvattingen met die van de Internationale Communisten moet daarom naar voren gebracht worden. De c.p.h. ziet in deze Partij het orgaan, dat de eigenlijke strijd voert. dat namens de klasse spreekt. dat de besluiten neemt en de tactiek vaststelt, terwijl de arbeiders, door zich achter de Partij te plaatsen, aan al wat deze doet kracht geven.

Wat stellen de Internationale Communisten als beginsel voorop?

De Internationale Communisten stellen als beginsel voorop: de arbeiders moeten het zelf doen. Zij willen niet als leiders optreden, als de partij, die hen wil aanvoeren en die de arbeiders slechts gehoorzaam behoeven te volgen. De communisten van de Derde Internationale stelden indertijd als grondstelling op: de dictatuur van het proletariaat verwezenlijkt zich in de dictatuur van de communistische partij. Daartegenover stellen de Internationale Communisten: de bevrijding van het proletariaat is het opklimmen van de arbeidersklasse tot zo hogen graad van klaarheid en eenheid, dat zij haar eigen lot in handen kan nemen.

De Internationale Communisten zeggen tot de werklozen: wij kunnen de ellende niet van u afnemen. Er is niemand die dat kan dan alleen gijzelf. Dat is niet, omdat wij maar een paar dozijn zijn. Ook de Communistische Partij met haar duizenden actieve aanhangers, en de Russische revolutie achter zich, kan u niet helpen, al beweert zij dat. Haar werkwijze en tactiek, om de heerschappij voor die partij te veroveren, maakt, dat zij zelfs. al zou ze dit doel bereiken, de ellende niet zou kunnen overwinnen. Ook de miljoenenpartij van s.d.a.p. en vakbeweging kan de ellende niet opheffen. Zij kunnen ze met fondsen wat verlichten, voor sommigen, niet voor allen; zelfs als zij het kapitalisme wilden opheffen met zijn crisissen, ze kunnen het niet, omdat zij niet de ontplooiing van de zelf-actie van de massa’s als hoogste doel stellen. De arbeidersklasse kan alleen zelf zich bevrijden. En dat niet in den zin dat de arbeiders nu maar eens allen flink behoeven te willen en de schouders er onder te zetten. Zo gemakkelijk gaat dat niet. Een heerschappij en een slavernij in een eeuw van kapitalisme gegroeid, zijn niet met één forse stoot te vernietigen. Tientallen jaren van onverschilligheid, of gedachteloos zwoegen, of nalopen van kleinburgerlijke illusies kunnen niet in één enkele geestdriftige beweging goed gemaakt worden; vele jaren van volhardende strijd zullen nodig zijn om zo grote bewustheid en eenheid te kweken, als vereist worden. Dit is een harde waarheid, maar die waarheid moet gezegd worden.

Er is, zegt men, een strijd – van de verschillende richtingen – om de werklozen. De Internationale Communisten doen daarin niet mee. Wij zouden niets liever willen, dan dat de werkloze arbeiders zo helder de maatschappij overzien, dat zij met vol inzicht de weg gaan, dien wij voor juist houden. Maar daaromtrent behoeft men zich geen illusies te maken. Wie in deze omstandigheden de zaak van de werklozen wil dienen, zal niet trachten hen te winnen of populair te worden. door aan hun vooroordelen tegemoet te komen. Hij zal hen de waarheid moeten voorhouden, ook al is die hard en onaangenaam. Maar niet troosteloos; want deze waarheid wijst de weg naar de bevrijding, de enige.

Het is altijd zo geweest. dat de mensen de weg van den minste weerstand zoeken, en proberen hun doel met de minste moeite te bereiken. Eerst zullen de werklozen hopen op ondersteuning, vanuit de goeden wil van de bourgeoisie. Eerst als dat niet voldoende geeft, zullen zij zelf optreden; maar ook dan, als er een Partij is, die zegt: wij zullen het doen. Wij zullen de bourgeoisie bestrijden, als jullie door ons te volgen ons volmacht geeft – zullen zij dit het gemakkelijkst vinden. Eerst als het inzicht komt, dat ook dit niet helpt, en dat geen ander het voor hen doen kan, zullen zij er toe over gaan, zelf te handelen, zelf te denken. En te begrijpen, dat hun bevrijding uit de ellende hun eigen werk moet zijn.

Dit betekent dat de Internationale Communisten. die zelf als werklozen mee doen, er tegen opkomen. dat aan vertegenwoordigers van een partij opdracht gegeven wordt namens de werklozen te spreken of te handelen. De werklozen kiezen hun eigen comités of raden, en deze alleen treden namens hen op. Het kan voorkomen, dat in sommige gevallen een bepaalde vakvereniging zo’n grote invloed heeft, dat de meerderheid van de werklozen de leiding in haar hand legt. De Internationale Communisten trachten dan steeds de beweging algemeen te maken. zodat alle richtingen er in voorkomen, en zonder zichzelf af te scheiden, te ijveren voor eenheid en zelfstandigheid – in mening en vrije discussie, om tot zo groot mogelijk inzicht te komen, in het praktische werken, geslotenheid en eenheid.

De Internationale Communisten zien steeds in elke actie de arbeiders als een klasseneenheid.

De arbeiders zijn nu verdeeld in allerlei vakverenigingen van verschillende kleur, en behoren tot een of andere politieke partij. Dit is meestal een kwestie van traditie, van iets dat wortelt in vroegere kwesties, of in kleinere belangen, of in godsdienst. Maar daarboven staat de eenheid van de diepere belangen, tegenover het kapitaal. En zeker zullen in de komende revolutionaire bewegingen arbeiders uit al die overgeleverde groepen naast elkaar staan als medestrijders.

De Internationale Communisten komen niet tot de arbeiders om ze in een andere “betere” vakvereniging te halen, of in een “meer revolutionaire” partij. Zij beschouwen die organisaties als bijkomstige traditionele dingen, waaraan de arbeiders, vanwege de fondsen, of om andere reden, vasthouden, en die er niet toe doen, zolang die niet proberen, de klasseneenheid van de arbeiders te breken. Dan moeten de noodzakelijkheid van de levende eenheid van actie, en de aanhankelijkheid aan oude organisatie het met elkaar uitvechten. Die strijd zullen dan de arbeiders, min of meer, elk in zich te vechten hebben, levende klassensolidariteit tegen organisatiediscipline. De productie, die de grote werkelijkheid van de maatschappij is, vormt de arbeiders in elk bedrijf tot een bedrijfseenheid. De productiecrisis maakt de werklozen-massa tot een grote natuurlijke eenheid, gelijk en verenigd in belangen en in actie.

Daarom stellen de Internationale Communisten de eis, dat de leiding van de werklozen niet in handen van een vakbond, een vakcomité of een partij gelegd wordt. De werklozen moeten hun zaak zelf in de handen houden, en in alle besprekingen. onderhandelingen en maatregelen vertegenwoordigers uit henzelf aanwijzen, die steeds in voeling blijven, steeds verantwoording afleggen en elk ogenblik vervangbaar zijn.


Redactionele aantekeningen

*) In rechte reden staat tot; een juridisch term: in redelijke verhouding tot.

**) c.p.h. (Communistische Partij Holland); bedoeld: c.p.n.  (Communistische Partij van Nederland), zo genoemd sinds 1935, toen de partij enige invloed kreeg buiten het enge “Holland” en allerlei regionalisten tegen de chauvistische naam protesteerden, en tegelijk steeds meer chauvisme op het meer internationale vlak verdedigden.


Compiled by Vico, 10 October 2021


























Overzicht