Home | Contact | Links       
Antonie Pannekoek Archives
 

De crisis in de socialistische theorie ; De “Groep van Internationale Communisten” in Holland / Anton Pannekoek, 1947


 De crisis in de socialistische theorie ; De “Groep van Internationale Communisten” in Holland / Anton Pannekoek. – In: Partij, raden, revolutie / Anton Pannekoek, samengesteld en van aantekeningen voorzien door Jaap Kloosterman. – Amsterdam : Kritiese Bibliotheek Van Gennep, 1972. – 238 p. – p. 167-170; bron: The Crisis in Socialist Theory ; The “Group of International Communists” in Holland / Dr. Anton Pannekoek. – In: Left, No 132 (October 1947), p. 225-228; also published in: The Southern Advocate for Workers’ Councils, No 40 (Dezember 1940), p. 7-8; German: Die Krise in der sozialistischen Theorie ; Die „Gruppe internationaler Kommunisten“ in Holland. – In: Arbeiterräte ; Texte zur sozialen Revolution / Anton Pannekoek. – Bochum : Germinal, 2008. – 696 p. – p. 627-630 [geannoteerd]; Frans;: La crise de la théorie socialiste ; Le « Groupe des Communiste Internationaux » en Hollande.


De Eerste Wereldoorlog en de daaruit voortvloeiende Russische en Duitse revoluties deden nieuwe problemen ontstaan en brachten diepgaande veranderingen teweeg in de ideeën van arbeiders en socialisten. De Duitse socialistische partij, de ogenschijnlijk machtige organisatie die op het punt stond de politieke macht te veroveren en daardoor het socialisme te vestigen, bleek eenmaal aan de macht een werktuig voor de wederopbouw van het kapitalisme. In Rusland hadden de arbeiders het tsarisme verslagen en bezit genomen van de fabrieken en het land; nu bracht het staatskapitalisme hen in nog dieper slavernij onder een nieuwe heersende klasse. En dit was niet de fout van het reformisme alleen; de meest vooraanstaande woordvoerders van het onbuigzame radicalisme, vermaarde marxisten als Kautsky en Lenin, hadden een werkzaam aandeel in deze ontwikkeling. Er moet duidelijk iets niet in orde zijn met de algemeen geaccepteerde doctrine.

De gangbare opvatting luidde dat de arbeiders door middel van verkiezingen een parlement moesten samenstellen en een regering van socialisten aanstellen; vervolgens moeten deze politici en functionarissen het eigenlijke werk doen, de onteigening van de kapitalisten, het afschaffen van het privé-bezit over de produktiemiddelen en het organiseren van de produktie. Het hieruit voorvloeiende systeem van openbaar bezit, waarin de arbeiders in loondienst van de staat zijn, is volledig verschillend van het gemeenschappelijk eigendom waarbij zij de directe leiders over de ondernemingen zijn en hun werk zelf regelen. In het laatste geval rijst het probleem hoe deze ondernemingen aaneengesloten kunnen worden tot een goed geplande maatschappelijke organisatie. In vurige discussies, door intensieve geestelijke arbeid probeerden de verschillende linkse groeperingen die zich van de socialistische en communistische partijen hadden afgescheiden, te ontdekken welke andere methoden van actie de arbeidersklasse naar het doel van de vrijheid konden leiden.

In Holland verblijvende politieke vluchtelingen, die in 1920-1921 een aandeel hadden gehad in de strijd van de Duitse arbeiders tijdens de opstanden in het Ruhrgebied en de fabrieken in Saksen, hadden ervaren wat een rijkdom aan initiatieven en mogelijkheden er uit de massa’s voortkwamen wanneer deze voor de taak werden gesteld zichzelf te organiseren, hun leven en hun strijd in eigen hand te nemen. Ten gevolgen van de Hollandse positie temidden van Engelse, Franse en Duitse invloeden, was hier een fundamenteel theoretische inzicht in betrekkelijk brede lagen van arbeiders en intellectuelen doorgedrongen. Uit hun samenwerking kwam een groep militanten naar voren die zich “Groep van Internationale Communisten” (g.i.c.) noemde en zich ging bezighouden met de bestudering van de economische basis van de nieuwe maatschappij. Zij waren er zich volkomen van bewust dat de proletarische revolutie niet plotseling, als bij toverslag, een wereld van overvloed zou bregen, waarin eenieder alles slechts voor het grijpen had. De nieuwe socialistische maatschappij moet door harde strijd en weloverwogen arbeid worden opgebouwd, door middel van een goed doordachte organisatie en in overeenstemming met strenge regels van proletarische gelijkheid. Iedere maatschappijvorm vindt haar hechte materiële grondslag in een economische systeem, een wijze van produktie en distributie die haar structuur en karakter bepalen. Al vóór maar nog meer na de oorlog hadden vele auteurs (Kautsky, Hilferding, Neurath, Leichter, Max Weber, Cole enz.) zich met dit economische probleem bezig gehouden, maar zij gingen er allemaal van uit dat er een centrale leidende macht moet zijn, een regering die haar bepalingen aan de afzonderlijke produktie-eenheden oplegt. Inderdaad hadden anarchistische schrijvers een pleidooi gehouden voor de autonomie van de afzonderlijke bedrijven: maar bij hen werd de aaneensluiting tot een maatschappelijke organisatie aan dee goede wil overgelaten.

Bij haar bestudering van dit kernprobleem van het socialisme, de vraag hoe vrijheid met organisatie te verenigen, stelde de vast dat zijn slechts de gedachtegang van Marx behoefde te volgen zoals die is vastgelegd in enkele her en der verspreide opmerkingen, in Das Kapital, en in zijn kanttekeningen bij het program van Gotha van de Duitse sociaaldemocratie. Marx sprak daarin niet van staatssocialisme, waar van hij een fervent tegenstander was, maar over de “associatie van vrije en gelijke producenten” die hun arbeid zelf leidden; hij wees er op dat in plaats van waarde en gelde de “gemiddele produktietijd” gemeten in arbeidsuren de grondslag van het nieuwe economische systeem zal vormen. Deze ideeën, die de “marxistische” auteurs geheel hadden losgelaten, werden nu door de g.i.c. uitgewerkt in een belangrijk boekje, de Grondbeginselen van de communistische produktie en distributie, dat in 1930 in het Duits en het Nederlands verscheen. Hierin wordt aangetoond dat de arbeiders in staat zijn zelf de produktie en distributei te beheren en te leiden op grond van de boekhouding van iedere onderneming, aangtevuld met de registratie en boekhouden van de maatschappelijke produktieprocessen op basis van de benodigde uren. Vergaderingen van afgevaardigden, “arbeidersraden”, zijn de instrumenten voor het samenbundelen van de afzonderlijke ondernemingen tot een maatschappelijk geheel. Men laat zien dat dit niet zo maar een mogelijke en betere vorm is dan het staatssocialisme, maar de enige mogelijke. Het is voor een centrale bureaucratie van functionarissen en experts niet mogelijk in alle behoeften te voorzien, voorschriften voor alle arbeid uit te geven, en alle processen in detail te overzien; alle voorgestelde systemen leiden tot willekeur in de distributie door een heersende minderheid. Het zelfbeheer van de vrije en gelijke producenten is daarentegen in staat om zonder moeite de produktie en distributie te organiseren, omdat regels en transacties door de economische realiteiten worden vastgesteld. De moeilijkheden onstaan door het oprichten van een staatsmacht tussen de produktie en consumptie. Van een louter gevoelsmatige aangelegenheid en een politiek program werd het in de arbeiders opkomende streven naar zelfbeschikking nu omgevormd tot de belichaming van een economische noodzaak. Zo kreeg de taak van zelfbevrijding van de arbeidersklasse een wetenschappelijke fundering.

Men moet betreuren dat dit boek niet voor de Engelse arbeiders toegankelijk was (het grootste deel van de Duitse uitgaven werd bovendien vernietigd door de opkomst van het nazisme), omdat de praktische grondslag ervan sterk bij de praktische Engelse geest had kunnen aanslaan. Nu het kapitalisme zich tot een internationale macht ontwikkelt en de omstandigheden van de strijd over de gehele wereld steeds meer hetzelfde gaan worden, zouden de arbeiders in ieder land meer mogelijkheden moeten zoeken voor een internationale uitwisseling van ervaringen en ideeën.

Voorlopig gaf deze studie de propaganda van de kleine groep een sterke impuls. In haar beginselverklaring verwierp de g.i.c. de leiderspolitiek van partijen en vakbeweging, en stelde daartegenover de arbeidersraden als de organisatievorm van het zelfbeheer. Zij riep de arbeiders op tot strijd voor de communistische produktiewijze, zij spoorde hen aan het beheer en de leiden van produktie en distributie volgens algemeen geldende regels zelf ter hand te nemen om zo de associatie van vrije en gelijke producenten te verwezenlijken.

De g.i.c. vormde geen nieuwe partij op zoek naar aanhangers; zij stelde als beginsel dat de arbeiders in iedere praktische actie, in iedere werkelijke strijd als één hechte eenheid moeten – en zullen – optreden, waartegenover de onderlingen verschillen van groepen, partijen en bonden van geen betekenis zijn. Naast verscheidene brochures gaf zij regelmatig “persmateriaal” uit, dat ter beschikking werd gesteld van alle groepen die het zouden willen publiceren, en waarin actuele gebeurtenissen vanuit haar nieuwe gezichtspunt werden besproken. Zo verspreidde zij haar ideeën in een vriendschappelijke discussie met andere linkse groepen die zich ook krachtig en principieel opstelden tegenover de socialisten aan de macht en de communistische partijen. In een onregelmatig verschijnende Rätekorrespondenz (“Raden-correspondentie”) werden theoretische vraagstukken behandeld. In 1938 werd in het Duits Lenin als Philosoph gepubliceerd, waarin wordt aangetoond dat Lenin in zijn fundamentele filosofische ideeën tegenover het marxisme blijft staan; uit gebrek aan financiële middelen kon dit geschrift slechts in een beperkt aantal gestencilde exemplaren verschijnen. Na de oorlog ging de g.i.c. samen met de groep “Spartacus”, die vergaand dezelfde richting had ingeslagen; deze organisatie telde een groter aantal leden, maar had in de ondergrondse strijd tegen de Duitsers haar meest vooraanstaande woordvoerders verloren. Gezamenlijk geven zij momenteel het weekblad Spartacus uit, het enige weekblad dat de onbuigzame klassenstrijd van de arbeidersklasse voor vrijheid en beheer over de produktie tot grondslag en inhoud van al zijn propaganda maakt. Verleden jaar publiceerden zijn een over over De arbeidersraden, waarin deze gezichtspunten worden uiteengezet (en waarvan, in manuscript, ook een Engelse versie bestaat).


Compiled by Vico, 10 January 2018.