Home | Contact | Links       
Antonie Pannekoek Archives
 

Thema: De economische oplossing voor de overgangsperiode van kapitalisme naar communisme


Maatschappelijke organisatie / Anton Pannekoek


Bron: De arbeidersraden / P. Aartsz [=Anton Pannekoek]. – Tweede druk. – Amsterdam : Van Gennep ; De vlam. – 1971. – p. 16-22. Voor een afbeelding, zie: De arbeidersraden, eerste hoofdstuk, 4.


De arbeid is een maatschappelijk proces. Elk bedrijf is een onderdeel in het grote geheel. De bedrijven zijn met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk, en slechts door hun verbinding, hun ineengrijpen vormen ze de maatschappelijke productie. Evenals de cellen, die een levend organisme, een plant of dier vormen, zijn ze ieder apart niets, en kunnen ze alleen leven als deel van het geheel. Boven de organisatie in elk bedrijf, de regeling van de arbeid der mensen en machines tot het geheel van een bedrijf, staat dus nog de organisatie van alle bedrijven tot een maatschappelijk geheel. De taak van de arbeidersklasse, de organisatie van de arbeid, is een dubbele taak.

Terwijl de ene zijde, de organisatie in het bedrijf, een omvorming op nieuwe basis is van de organisatie, die de kapitalistische ondernemer ook reeds voor zijn doeleinden had doorgevoerd, is, of was tot voor korte tijd de andere zijde, de organisatie van de productie als geheel, iets nieuws, zonder voorbeeld. Zo nieuw, dat dit gedurende de gehele 19de eeuw, onder de naam socialisme, als het éne grote hoofddoel van de arbeidersklasse beschouwd werd. Het kapitalisme was een ongeorganiseerde massa van zelfstandige bedrijven, van vrije onafhankelijke ondernemers, slechts verbonden door de wisselvalligheden van markt en concurrentie. Dit toonde zich dan ook in over- en onderproduktie, in ondergang van tal van bedrijven, in grote verspilling van werktuigen en arbeidskracht, en in maatschappelijke crises. Hiertegenover zou het dan de taak moeten zijn van de socialistische arbeidersklasse de staatsmacht te veroveren en deze macht te gebruiken om de productie te organiseren. Dit staatssocialisme zou dan de eerste fase zijn in een daarna voortschrijdende ontwikkeling.

In de laatste jaren is de toestand in zoverre echter veranderd, dat reeds een begin van staatssocialistische ordening is gemaakt, ten dele door het grootkapitaal zelf. De drijvende kracht was daarbij niet enkel de noodzaak om de totale meerwaarde, de winst, en dus de productiviteit van de arbeid te vergroten door een rationeler ordening der productie. Of, in Rusland, de noodzaak om door een snelle, bewust geregelde industrialisering de achterstand in ontwikkeling in te halen. Een nog sterkere kracht lag in de opkomende strijd om wereldmacht. Daartoe moest alle technische en productieve kracht geconcentreerd worden in handen van de staat, als het machtsorgaan van de heersende klasse, ten einde in de strijd om wereldheerschappij de sterkste te zijn. In de nationaal-socialistische ordening blijven eigendomsrecht en winst van het kapitaal bestaan – al wordt de winst besnoeid voor de toegenomen staatsuitgaven –; maar het beschikkingsrecht over de bedrijven en de producten gaat voor een groot deel van de ondernemers naar staatsorganen over. Deze ordening berust op hetzelfde beginsel als de ordening binnen elk kapitalistisch bedrijf: op commandeermacht van boven, op in naam ten minste éénhoofdig gezag.

Het beginsel van de arbeidersklasse is in alle opzichten daarvan het volkomen tegendeel. De organisatie van de arbeid door de producenten zelf berust op de vrijwillige samenwerking van allen: geen meesters, geen knechten. Ook de organisatie van alle bedrijven tot een maatschappelijk geheel berust op dit beginsel. Daartoe moeten de organen ook hier opgebouwd worden.

Nog meer dan voor de reuzenbedrijven geldt hier, voor de maatschappelijke regeling, dat de producenten hun wil alleen tot uiting kunnen brengen door middel van vertrouwenslieden, afgevaardigden, die bijeenkomen in vergadering. Voor deze lichamen is in de latere jaren de naam “arbeidersraden” in gebruik gekomen. Elke samen arbeidende groep, elk personeel in vergadering wijst personen aan om in de radenvergadering haar inzichten en wensen kenbaar te maken. Deze hebben zelf aan de discussies deel genomen, zijn daarin naar voren gekomen als krachtige verdedigers van de inzichten, die bij de meerderheid de doorslag gaven; en als woordvoerders van de groep worden zij uitgezonden om deze te doen horen naast of tegenover die der andere groepen, en zo een gemeenschappelijk besluit te nemen. Hoezeer hun persoonlijke bekwaamheden hierbij ook een rol spelen, hun werkelijke kracht ligt in de kracht van de gemeenschap die hen zond. Wat zij tot uiting brengen is wil en inzicht van deze gemeenschap. Al naar de aard van de verschillendsoortige kwesties, die aan de orde zijn, zullen het telkens verschillende personen zijn, die uitgezonden worden.

De hoofdkwestie, de grondslag van al het andere, is de productie zelf, het maatschappelijk arbeidsproces. De organisatie van de productie heeft twee zijden, ten eerste de vaststelling van de algemene normen en regels, en daarnaast de uitvoering, de concrete praktijk. Voor de onderlinge verhoudingen, de rechten en plichten, worden normen vastgesteld. Onder het kapitalisme gold in het bedrijf het bevel van de ondernemer, de meester; onder het staatskapitalisme geldt het bevel van de ene-almachtige meester of de centrale regering. Nu echter zijn allen als producenten gelijk en vrij. Nu treedt op het gebied van de arbeid, de economie. een soortgelijke verandering op, als vroeger bij het opkomen van de burgerklasse in de politiek. Toen de macht van de absolute vorst moest plaatsmaken voor die van de burgerij, kon dat niet betekenen, dat zijn wil en willekeur werd vervangen door ieders willekeur, maar dat het gezag van de door allen besloten wet voortaan rechten en plichten van de burgers regelde. Zo treden nu ook hier in de plaats van het commando van boven de gezamenlijk vastgestelde algemene regels, die de rechten en plichten vastleggen, die arbeidsprestaties en verbruiksrechten regelen. Deze te formuleren zal de eerste taak zijn van de centrale radenvergaderingen. Zij zijn geen voorwerp van moeizame studie of strijd: zij springen onmiddellijk in ieders bewustzijn op als de vanzelfsprekende grondslag van de nieuwe wereld: de plicht van ieder om naar zijn krachten mee te werken in de productie, het recht van ieder op een evenredig aandeel in het totale product.

In een maatschappij waar geen ruil plaats vindt, waar de goederen voor het eigen gebruik worden gemaakt, kan zich niet door een automatisch marktproces een waarde vormen als uitdrukking van de daarin vervatte arbeid. Hier treedt de bestede arbeid als direct bepalende factor op, met bewustheid vastgesteld. Door de boekhouding is van elk product bekend, hoeveel arbeidsuren er aan zijn besteed, en van elk producent, hoeveel arbeidsuren hij besteed heeft. De algemene maatschappelijke boekhouding vereffent de verschillende graden van productiviteit tot een maatschappelijk gemiddelde van de hoeveelheid arbeid in ieder stuk gelijksoortig product. Zij stelt ook in staat de verschillende arbeidsprestaties aan elkaar te meten en te vergelijken.

In de eerste tijden van overgang, als veel verwoesting hersteld moet worden, gaat het er eerst om, het productieapparaat op te bouwen en de mensen in het leven te houden. Het is zeer wel mogelijk dat dan uit oorlogstijd en hongersnood het gebruik van distributie der noodzakelijkste levensmiddelen zonder onderscheid van persoon eenvoudig overgenomen wordt. Het is alleszins waarschijnlijk dat men dan, als inspanning van alle krachten nodig is en de nieuwe arbeidsmoraal eerst bezig is zich te vormen, de arbeidsplicht zal uitdrukken door het recht op verbruik te koppelen aan de arbeidsprestatie. Het oude rechtsbesef, dat wie niet werkt ook niet zal eten, drukt hier, naast het bewustzijn dat de arbeid de grondslag van het menselijk leven is, bepaaldelijk uit, dat het nu met de uitbuiting, met het beschikken over arbeidsproducten op grond van kapitaalbezit, gedaan is.

Dit betekent natuurlijk niet, dat ieder deelnemer in verbruiksgeld zoveel arbeidsuren ontvangt, als hijzelf arbeidsuren besteed heeft, dus dat het totale product tussen alle producenten naar evenredigheid van ieders bestede arbeid verdeeld wordt. Een aanmerkelijk deel van het werk moet aan het gemeenschappelijk bezit besteed worden, aan de uitbreiding en verbetering van het productie-apparaat. Onder het kapitalisme moest een deel van de meerwaarde tot dit doel dienen; de kapitalist moest een deel van zijn winst opzamelen, accumuleren, om zijn technische uitrusting telkens te vernieuwen en te moderniseren; anders zou hij door zijn concurrenten onder de voet worden gelopen. Vooruitgang van techniek vond dus plaats in de vorm van uitbuiting. In de nieuwe maatschappij is deze vooruitgang een aangelegenheid voor de arbeiders tezamen. Zich in het leven houden is wel het onmiddellijk noodzakelijkste, maar toekomstige vooruitgang opbouwen is het meest glorieuze deel van hun taak. Zij zullen moeten vaststellen, welk deel van hun arbeid zij willen besteden aan het maken van betere werktuigen en productiever machines, aan proefneming en onderzoek tot vervolmaking der werkmethoden en verhoging van de productiviteit.

Een deel van de tijd en de arbeid moet bovendien besteed worden voor niet-productieve maar toch noodzakelijke doeleinden, zoals voor algemeen beheer, voor opvoeding en onderwijs, voor gezondheidszorg. Kinderen en ouden van dagen krijgen hun aandeel zonder evenredige arbeidsprestatie; en er zullen nog velen, die ongeschikt zijn tot werken, nog heel wat menselijke wrakken uit de vorige kapitalistische tijd overgebleven zijn. Vermoedelijk zal de productieve arbeid als taak gegeven worden aan het jongere deel der volwassenen, anders gezegd aan ieder in een bepaalde periode van het leven, wanneer inspanning het gemakkelijkst valt en aan de natuurlijke behoefte tot actie beantwoordt. Door de bewust-doelmatige regeling, de uitschakeling van veel onproductieve arbeidsverspilling, de algemene toepassing van de beste werkmethoden zal de productiviteit van de arbeid spoedig sterk naar boven gaan. In toenemende mate zal dus de arbeidstijd, die nodig is voor de productie van alle levensbenodigdheden, een kleiner deel van de totale tijd van allen uitmaken, en een groter deel van het leven aldus beschikbaar zijn voor niet-productieve doeleinden en werkzaamheden.

Ziet men af van de eerste tijden, als uit de verwarde chaos van het kapitalisme en de ontreddering van de overgangsperiode de eerste orde moet geschapen worden, dan komt klaarblijkelijk de verdere regeling en ordening vooral neer op boekhouding en statistiek. Met statistieken over behoefte aan en verbruik van verschillende levensmiddelen, over productievermogen van machines en bedrijven, over de bevolking en de hulpbronnen van de landen, over transportvermogen van de vervoersmiddelen, wordt de basis van het gehele economische leven, in getallen vastgelegd en planmatig behandeld. Zulke statistieken bestonden reeds onder het kapitalisme, zij het ook – door de eigenwilligheid, de beperkte blik en de beperkte mogelijkheden der afzonderlijke ondernemers – onvolkomen, en alleen achteraf, en niet bewust toegepast. Nu worden de statistieken enerzijds uitgangspunt en anderzijds samenvatting van de boekhouding, die de beweging van alle goederen door het proces van productie heen op papier volgt. Dit is de algemene maatschappelijke boekhouding, die de afzonderlijke bedrijfsboekhoudingen aanvult en overkoepelt. Zij geeft een overzichtelijk beeld van het gehele omvormingsproces van de gebruiksstof, van de grondstof door alle tussenfasen, door alle bedrijven, door alle handen, tot de verbruiker. Zij brengt tot uitdrukking hoe de mensheid haar eigen levensprocessen overziet en geestelijk beheerst; zij maakt tot een aanschouwelijke voorstelling, wat de arbeiders en arbeidersraden als planmatige ordening vaststellen en tot uitvoering brengen. Doordat zij openbaar en' steeds voor ieders ogen is, maakt zij de leiding van de maatschappelijke productie door de producenten zelf voor het eerst tot werkelijkheid.

Deze organisatie van de productie is geheel anders, volmaakter en tegelijk eenvoudiger, dan wat onder het kapitalisme als zodanig opkwam. De zorg, de inspanning, de zogenaamde genialiteit van de grote kapitalisten en industriekoningen en leiders gold bijna uitsluitend de onderlinge strijd, bestond in de listen en lagen van de economische oorlogsstrategie ter onderwerping of vernietiging van concurrenten, voor grotere macht over het kapitaal. Dat alles is nu weggevallen. Het eenvoudige doel, de behoeftenbevrediging van de mensheid, maakt de gehele opzet eenvoudig en direct. Boekhouding over grote massa’s goederen is principieel nauwelijks ingewikkelder en moeilijker dan over kleinere; enige nullen achter de getallen laten ze voor honderd en duizendmaal grotere hoeveelheden gelden, De grote verscheidenheid in behoefte en in arbeid treedt in kleinere mensengroepen reeds even sterk op als in grotere; en deze rijke veelsoortigheid kan juist door haar massaalheid vollediger bevredigd worden. Is eenmaal de organisatie van de productie op poten gezet, dan kunnen een aantal rekenbureau’s voor onderdelen en voor het geheel, het werk gemakkelijk aan. Elk bedrijf, elke tak van industrie of productiegebied, elke stad of landstreek, hun voortbrenging en hun verbruik, hebben hun rekenbureau’s, die door hun onderling verband het maatschappelijk levensproces openleggen, en veroorloven het theoretisch te beheersen.

Een dergelijk administratief beheer in cijfers kwam ook reeds in de oude maatschappij voor. Op beperkte schaal, voor de landsfinancieën, door ambtenaren als ondergeschikte dienaren van vorst of regering. En ook in het nieuwste kapitalisme, over de gehele economie zich uitstrekkend, waar dan deze ambtenaren, doordat zij het centrale beheer in hun hand hebben, als leiders en machthebbers over productie optraden. Zo in Rusland, waar na de revolutie van 1917 de arbeidersmassa’s van de opgroeiende industrie, pas uit de barbaarse onwetendheid van de dorpen gekomen en nog geheel in die beperkte gezichtskring levend, geen kracht tegenover de zich organiserende bureaucratie van leiders en ambtenaren konden stellen. Zo in Duitsland, waar een sterk georganiseerde, gewapende. door krachtige wil bezielde partij de regering veroverde en de organisatie van de kapitalistische bedrijven tot een planmatig geheel aan zich trok.

Geheel anders ligt de zaak, wanneer de arbeiders zelf als meesters de productie organiseren. Administratief beheer door de boekhouding is daarbij evenzeer een speciale taak als metaaldraaien of broodbakken. De boekhouders op de bureau’s zijn geen ondergeschikten en geen machthebbers. Zij zijn niet ambtenaren in dienst van regerende arbeidersraden, die gehoorzaam de hun gegeven opdrachten hebben uit te voeren. Als elke andere groep regelen en beheersen zij hun werk als eigen taak in verband met het geheel. Zij zijn deelhebbers in het geheel, deskundigen op hun speciaal gebied, wier taak het is voortdurend de getallen-gegevens te verzamelen en te verwerken, en door hun cijfers, hun tabellen en grafieken aan hun medearbeiders een duidelijk overzicht van de productietoestand te geven. Zij zijn dus evenmin alleenbezitters van een wijdoverziende kennis van de maatschappelijke economie, die door dit bezit als leiders van de productie zouden kunnen fungeren. Hun getallenwerk vormt de grondslag voor alle discussies en besluiten, waardoor de arbeiders en hun raden de arbeidsorganisatie verwezenlijken en leiden.

Voor het eerst ligt nu het economisch leven als een open boek voor de mensen. Wat onder het kapitalisme als een onbekende en ontoegankelijke duistere massa in de diepte de fundamenten van de maatschappij vormde, waar slechts hier en daar een statistiek van handel of productie enige grove omtrekken vaag uittekende, is nu in het volle licht getreden als een zichtbare en doorzichtige struktuur. Het is een wetenschap van de maatschappij in overzichtelijk samengevat feitenmateriaal, dat evenzo de basis voor alle praktische werkregeling vormt als de wetenschap der natuur de basis is voor alle techniek. Deze wetenschap ligt voor ieder open, als de meest gewone eenvoudige en alledaagse kennis, en stelt hem in staat zowel de behoeften van het geheel als zijn eigen aandeel daarin te overzien en te beoordelen. Zij vormt de apparatuur, waardoor de producenten in staat zijn de productie doelbewust te organiseren en hun maatschappij te beheersen.


© Hoewel de Communistische Linkerzijde in het algemeen afzag van het opeisen van kopierechten of rechten op “intellectueel eigendom” kunnen sommige publicaties onder dat recht vallen; mocht dat het geval zijn, dan is het gebruik alleen gratis voor persoonlijke raadpleging. Materiaal vrij van kopierechten, uitsluitend op voorwaarde van niet commercieel gebruik, kan vrij worden verspreid. Een verwijzing naar deze bron wordt op prijs gesteld, net als een verwittiging. Aangaande handelsgebruik kunt u contact met ons opnemen.


Compiled by Vico, 20 May 2016